DUIK IN HET DIEPE WATERGANG KRONKELENDE RIVIER Van nature kronkelt de rivier door het landschap. Dit geldt voor zowel grote rivieren als kleine beekjes. Het belangrijkste is dat er voldoende water aanwezig is met voldoende sterke stroming. Hier door zal de beek/rivier meanderen. Het is een langzaam proces wat vele jaren duurt. Dergelijke lussen ont staan doordat in de buitenbocht, waar het water het snelst stroomt, grond wordt weggespoeld, terwijl aan de andere zijde grond wordt afgezet. De stroming zorgt voor gevarieerde bodemcondities. Het Nederlandse rivierenland is ge- vormd door het stromende water van de rivieren en wordt in bedwang ge- houden door kribben en dijken. Het stromende rivierwater vervoert klei, zand en grind. Komt het water tot rust, dan zinken deze materialen naar de bodem: het zware grind het eerst, dan zand en als laatste de lichte klei deeltjes. In het rivierengebied worden sedimenten voordurend afgezet en weer opgeruimd. Nederlandse rivieren hebben een bre- de bedding die zich in grote bochten een weg door het landschap banen. De meanderende loop is het gevolg van het vlakke land met weinig hoog- teverval. A A In de buitenbocht stroomt het water sneller en kalft de oever af, in de binnenbochten is B B Ondiep stuk C tussen de de stroomsnelheid lager en zal zand en klei bezinken. meanders C Het verloop van rivieren kan onderverdeeld worden in bovenloop, middenloop en benedenloop. Boven loop is het gedeelte van de rivier dicht bij de bron. Meestal ver van de kust af en loopt door een terrein met sterk reliëf. Het afzetten van sediment vindt plaats vanaf de middenloop, waar het water minder snel stroomt en er minder insnijding plaatsvindt. De benedenloop is het deel van de rivier in de nabijheid van de monding in zee. Dit deel voert door laagland en het verval is klein. De rivier meandert in dit gebied. De rivieren in Nederland hebben een benedenloop. 30 / eurofysica.nl Dieren in de rivier Dieren in de rivier passen zich aan hun omgeving aan. Sommige zoeken be- schutting achter of onder rotsen, ande- re kunnen heel goed zwemmen. Weer andere dieren vermijden de invloed van de stroming door zich te begraven in de bodem. De dieren die we aantreffen in stro- mende delen van de rivier zijn allemaal op verschillende manieren geëvolueerd zodat ze aangepast zijn aan de stro- ming. Om de invloed van de stroming te weerstaan kunnen dieren aanpassen in bouw en gedrag of aanpassingen in ademhaling en voedselopname. Waterdieren komen op een hele andere manier aan hun zuurstof dan landdieren. In watergangen is dat een extra uitdaging voor de dieren want het zuurstofgehalte in verschillende wateren varieert sterk. /wikipedia
Download PDF